Reactie dKvB op bouwstenen cultuurvisie BrabantStad

04/04/18

Bijlage Downloaden

logobrabantstadroodpng.png

Hieronder volgt de verstuurde brief van de Kunst van Brabant, zie ook de bijlage: 



Geachte leden van de Taskforce Cultuurvisie BrabantStad,


Naar aanleiding van uw brief aan de gemeenteraden en de leden van Provinciale Staten van 30 januari jl. (incl. de bouwstenennotitie “Brabant laat het zien”) én de bijeenkomst met het culturele veld op 28 februari ontvangt u deze reactie van vereniging De Kunst van Brabant. 

Het is een goed gebruik om met positieve opmerkingen of complimenten te beginnen. Dat verdient uw initiatief ook. De Kunst van Brabant (dKvB) staat zeer positief tegen uw voornemen om binnen Noord-Brabant tot een gezamenlijke, in elk geval meer op elkaar afgestemde, cultuurvisie te komen. En daarbij aan te sluiten bij de ontwikkelingen die de Raad voor Cultuur (“Cultuur voor stad, land en regio, de rol van stedelijke regio’s in het cultuurbestel”) in gang heeft gezet t.a.v. een regionale inbreng in het landelijk cultuurbeleid. Ook de minister van OCW heeft inmiddels in haar brief “Cultuur in een open samenleving” gemeld hier een nader te bepalen invulling aan te willen geven. Brabant loopt in deze ontwikkeling mede voorop, overlegt proactief met de Raad en het ministerie en biedt zich aan als proeftuin. Dat signaal ondersteunen we.

We zijn blij dat u met ons constateert dat de afstemming van (financiële) regelgeving en procedures in het culturele bestel door de overheden beter kan en dat u in de bouwstenennotitie aangeeft binnen Noord-Brabant te willen komen tot afstemming vooraf over financiën en procedures en zoveel mogelijk integrale adviezen over inzet van provinciale en stedelijke middelen. En daarbij hoort natuurlijk ook een afstemming vooraf met de Rijkscultuurfondsen, zoals u zelf ook aangeeft in bijlage 1 bij de bouwstenen-notitie.
Ook vinden we elkaar in uw stelling dat de ketenbenadering in Brabant centraal dient te staan en niet de specialisaties van de afzonderlijke steden.  

Kritisch zijn we echter waar de Taskforce stelt dat een omkering van beleid nodig is, dat een kanteling van beleidsontwikkeling vereist is en dat cultuurbeleidsontwikkeling alleen kan plaatsvinden vanuit verankering in een lokale situatie.

Om met dit laatste te beginnen: natuurlijk dient beleid uiteindelijk ook lokaal verankerd te raken, maar het kan niet alleen de thuisbasis zijn voor cultuurbeleid. Kunst en cultuur (en dus ook het beleid ter zake) komen immers juist tot stand door inspiratiebronnen van overal, in vrijheid t.o.v. staatkundige en geografische grenzen, denkbeelden, omgangs- en uitingsvormen, politieke structuren en technische mogelijkheden. Kunst en cultuur kunnen lokaal geïnspireerd zijn, maar ook nationaal of zelfs mondiaal en dat moet vooral zo kunnen blijven (we benadrukken in dit kader de internationale samenstelling van de Brabantse bevolking en de grote diversiteit aan kunstopleidingen met studenten uit alle windstreken). Dat een ecosysteem van kunst en cultuur zich van onder naar boven opbouwt, zoals u stelt, is daarom zeer discutabel. Zo’n ecosysteem laat zich niet dwingen door beleid, het gaat zijn eigen weg, volgt zijn eigen inspiratiebronnen en productie- en presentatiemogelijkheden. Van overheden verwachten wij dat zij dat juist faciliteren en niet strikt reguleren. Dan ontstaan er inspirerende kunstproducties en betekenisvolle ontmoetingen tussen makers en publiek. Dus: maak ruimte voor ondersteuning van initiatieven die verbindingen weten te maken tussen amateurkunstenaars, kunstopleidingen, talenten en professionele kunstenaars uit binnen- en buitenland; en tussen hen en partijen in de samenleving (zorg, volkshuisvesting, bedrijfsleven, onderwijs, landschapsinrichting e.d.).

Een omkering, een kanteling van de ontwikkeling van cultuurbeleid klinkt sympathiek, maar is (vooralsnog) een stap te ver. Daar waar het leidt tot afstemming tussen autonome partners – zoals de Taskforce stelt – is het lovenswaardig. Maar wat gebeurt er als autonome aspiraties toch ook blijven gelden? Heeft de Taskforce de risico’s van dit uitgangspunt in beeld gebracht?
Verder dient opgemerkt dat er een basisinfrastructuur (OCW beleid) binnen het culturele bestel bestaat en dat die naar alle waarschijnlijkheid niet gaat verdwijnen. Een herziening van het landelijk cultuurbestel is niet aan de orde. De recente brief van minister Van Engelshoven van OCW geeft geen enkele aanleiding om in die richting te denken. Wellicht een aanpassing, om de regio meer ruimte te geven, maar binnen het huidige bestel.
Bovendien wijzen we er op dat een aantal belangrijke Brabantse culturele voorzieningen in deze basisinfrastructuur zijn ondergebracht en daaruit worden gefinancierd. En dat nog meer Brabantse cultuurinstellingen mede gefinancierd worden uit de Rijkscultuurfondsen, die onlosmakelijk verbonden zijn aan de basisinfrastructuur met haar rijksmiddelen. dKvB vindt het zeer onwenselijk dit financiële fundament van een belangrijk deel van de Brabantse culturele infrastructuur omwille van Brabantse ambities op het spel te zetten.  

In plaats van omkering of kanteling van beleid in het kader van een sterker regionaal Brabants cultuurbeleid willen wij liever spreken van gelijkstelling: naast de rol van de landelijke overheid en de lokale en provinciale overheden moet er ruimte komen voor een regionale beleidsrol van provincie en gemeenten gezamenlijk.   


Voor dKvB is de kern voor een BrabantStad cultuurvisie:
* harmonisatie van subsidieregelingen, procedures en adviestrajecten
* ruimte voor productie én presentatie in het beleid, de financiering en de infrastructuur
* ruimte voor ontwikkeling van beginnende én doorgroeiende talenten
* efficiënter en effectiever maken van de  provinciale ondersteuningsstructuur (onderlinge afstemming) en
* uit elkaar trekken van de vermenging van expertise- en subsidietaken.
We verwijzen naar onze oproep: “Benut de kracht van kunst en cultuur”, dat u bij deze brief wederom aantreft.

dKvB is erg benieuwd naar de verdere formulering en uitwerking van de gezamenlijke cultuurvisie van BrabantStad. We roepen u op de kunstenaars / makers tijdig en actief te betrekken bij de ontwikkeling van een inhoudelijke visie, bij het formuleren van de intrinsieke waarde van kunst en cultuur. Laat de visie van de overheden, van u,  vooral betrekking hebben op het culturele bestel in Brabant, de regelingen en infrastructuur en de toegevoegde waarde voor de samenleving.

dKvB wil u niet alleen kritisch / constructief volgen, maar ook meedoen aan de ontwikkeling van uitgangspunten en plannen.
Graag lichten we daarom deze brief mondeling toe en nog liever zijn we structureel met u in gesprek over de verdere uitwerking en concretisering van uw ideeën en plannen.

     
Met vriendelijke groet,
namens het bestuur,




Ap de Vries
voorzitter De Kunst van Brabant



 
 

Deel dit bericht:
  • Post naar Twitter
  • Post naar Facebook
  • Post naar LinkedIn